Op het Hof van Moerkerken, aan de Wilhelminastraat 66 in Mijnsheerenland, is tegenwoordig een 18e-eeuws landhuis gelegen.
Van oorsprong woonde de ambachtsheer aan het Hof van Moerkerken.
Een monumentale poort uitgevoerd in een vroege versie van de Lodewijk XVI-stijl uit 1776 markeert de toegang.
Het gebouw is anno 2007 in particulier bezit en staat onder toezicht van Monumentenzorg. 

De historie van het Hof van Moerkerken voert terug tot 1440, toen de Vlaamse ridder Lodewijk van Praet die onder meer ambachtsheer was van het Belgische Moerkerke zich in Nederland vestigde.
In 1424 kwam hij in het bezit van verschillende gronden langs de oordoever van de Maas.
Hier liet hij het gebied van het Munnikenland tot de Westmaas afdammen, legde de Westdijk aan en voltooide door middel van de Blaakse dijk naar Puttershoek en vandaar langs de Boezemvliet naar de Maasdam de nieuwe polder. In deze polder werd een dorp gebouwd dat eerst Zevenhuizen, toen Moerkercken, later 's-Heerenland, Mijnsheerenland van Moerkerken en tenslotte Mijnsheerenland zou heten.

 

Het Hof van Moerkerken zelf is waarschijnlijk gebouwd door Lodewijks zoon Vranck van Praet omstreeks 1445.
Met het overlijden van de weduwe van Vranck van Praet in 1514 kwam het hof in andere handen. Rond 1600 werd het hof omschreven als een "tamelick" herenhuis. Een omschrijving uit 1620 luidt "Het huijs en hoff te Moerkerken, de keete, druijfhuijs, boomgaert, thuijn, visscherij van de haven van Moerkerken, het lant achter den voorsz.thuijn, mittsgaders het lant en rijetvelt lancq den maeskant".
In 1663 brandde het toenmalige huis af en in 1664 werd een begin gemaakt met het huidige gebouw. Rond 1796 volgde een grondige verbouwing die het landhuis haar huidige uiterlijk gaf.

 

Voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog deed het Hof van Moerkerken tijdelijk dienst als vluchtelingenopvang.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was een herstellingsoord voor tuberculose-patiënten gevestigd in het hof. Ook heeft Frederik van Eeden enige tijd op het hof gewoond. Zijn roman Van de koele meren des doods is hier geschreven en later deels op deze locatie verfilmd.